In mijn rol als kersverse columnist is mij gevraagd met enige regelmaat beschouwelijke stukjes op te leveren in het voor u liggende magazine LinuxBizz. U weet wel, zo’n artikel dat terugblikt op bijzonderheden binnen het vakgebied en waarbij ik u onbevangen mijn eigen visie op zaken geef. Liefst zo snijdig mogelijk verwoordt zodat dit u voldoende nieuwsgierig maakt naar een volgende column van mijn hand in dit magazine. Die uitdaging neem ik aan met de afspraak dat u mij dan ook laat weten of ik uw verwachting voldoende weet waar te maken. Graag hoor ik uw gedachten en ideeën over onderwerpen binnen ons vakgebied waarvan u denkt dat ze een plaats verdienen in dit magazine.

Eerlijk is eerlijk, er valt genoeg te melden binnen het open source vakgebied. Tegenwoordig is open source software een geliefd gespreksonderwerp van vele professionals met verschillende disciplines. Was open source software in eerste instantie uitsluitend een onderwerp van vrijgevochten technische vakbroeders, dat is het nu al lang niet meer. Vanuit verschillende kennisdomeinen neemt men deel aan de vakinhoudelijke discussie die momenteel wordt gevoerd over de zin en onzin van open source software. U moet bijvoorbeeld niet raar opkijken wanneer een jurist, een bedrijfseconoom, een beleidsmaker of, God behoedde ons, een manager zich in deze discussie mengt.

Nu zou u verwachten dat het vakgebied zich gelukkig mag prijzen met zoveel professionele belangstelling. Het is waar dat de inbreng van zoveel experts met een verschillende achtergrond het denken en handelen over open source software de afgelopen jaren tot wasdom heeft gebracht. Daarnaast is het onderwerp ook beter verteerbaar gemaakt voor meerdere doelgroepen. De open source boodschap omkleedt met een gerichte woordenschat resulteert veelal in diepere inzichten en soms zelfs vervoeringen aan de kant van het management. Zo is open source software ‘opgeschoten’ tot een volwassen onderwerp en heeft het een plek verworven binnen het aandachtsveld van menig manager en bestuurder.

Naast de eerdergenoemde inzichten en vervoeringen bespeur ik helaas ook vrij veel verwarring aan de kant van deze nieuwe doelgroepen. Meestal tekent die verwarring zich af wanneer een adviesgesprek of een professionele discussie eindigt met de ambivalente conclusie dat open source software zeer interessant tot nauwelijks interessant is. Iedere professional verkondigt een afwijkende mening gestoeld op het eigen beroepsperspectief. Het overduidelijk gevolg is dat open source professionals allemaal wat anders zeggen en in de beleving van de toehoorder daarmee helemaal niks lijken te zeggen.

Mij bekruipt nu het gevoel dat wij als professionals de discussies binnen het vakgebied te complex, te academisch en te politiek hebben gemaakt en daarmee ondoorgrondelijk voor buitenstaanders. Te vaak ontbreekt het ons vakbroeders aan eenduidige principes en controleerbare feiten en debatteren we nog steeds liever over details en afwijkingen dan generiek geldende waarheden. Enige eigenwijsheid mag een open source professional natuurlijk niet ontzegd worden en misschien is deze tweeslachtigheid in opvattingen binnen het vakgebied onvermijdelijk vanwege de brede vertegenwoordiging vanuit verschillende disciplines. Maar niks weerhoudt ons ervan om als vrijgevochten vakbroeders boven deze disciplines uit te stijgen en het eigen vakgebied weer scherpte te geven. Onze beroepsgroep schreeuwt om een breed gedragen kennisdomein waarin inzichten en methoden worden ontwikkeld op basis van theoretische en praktische kennis gestoeld op controleerbare feiten.

Hierbij roep ik mijn vakbroeders op zich te verenigen en gezamenlijk tot een nieuwe definitie van ons vakgebied te komen!

Deze column verscheen eerder in het magazine LinuxBizz, oktober 2009.

Comments are closed.

Fabrice Mous © 2012 All Rights Reserved | design.DavidGarlitz.com | Image Credits