Van leveranciersonafhankelijkheid tot innovatie tot flexibiliteit en duurzaamheid binnen IT-omgevingen, kenmerken van open source software die interessant zijn voor klant en leverancier. Althans, als je over open source software mag praten. Nu blijken er leveranciers te zijn waarvan de geleverde oplossing niet echt overeenkomt met wat je open source software mag noemen terwijl zij zich toch bedienen van deze term.

Gelukkig staat het vakgebied stijf van de definities en biedt dat houvast in semantische discussies als deze. Zo hanteert onze overheid een omschrijving van open source software gebaseerd op een internationaal erkende definitie. Hierin staat dat open source software een licentiemodel heeft waarin het (her)gebruik van de software en bijbehorende broncode is geregeld. De licentienemer mag de broncode inzien, gebruiken, verbeteren, aanvullen en distribueren. Software dat niet voldoet aan deze omschrijving mag geen open source software genoemd worden. Het daadwerkelijk toepassen van deze definitie vertaalt zich in een verlammende conclusie voor een aantal leveranciers waarvan het product niet meer binnen de maatschappelijk gewenste groep valt. De kenmerken van open source software worden niet toegekend aan hun softwareproducten en zij mogen geen gebruik maken van de welbekende open source krachttermen. Er valt daarmee voldoende te verliezen om niet tot die groep gerekend te mogen worden.

Sommige leveranciers proberen dan ook een andere term te lanceren zoals de vreemd-klinkende term ‘commerciële open source software’. Dit verwijst naar software ontwikkelt en beschikbaar gesteld in 2 varianten: een community-variant met een open source licentie en een commerciële variant onder een proprietary licentie. De leverancier levert zijn diensten op de commerciële variant van het product, een superset van de community-variant die vaak veel functierijker is. Soms zijn de verschillen tussen de twee varianten zo groot dat je gerust mag spreken van ’shareware met een open source sausje’.

Dan ben ik toch meer gecharmeerd van de poging om deze software een andere benaming te geven. Sinds 2008 circuleert de term ‘Open-Core’ onder professionals waarmee software wordt aangeduid waarbij de kern (core) van het product valt onder een open source licentie en de uitbreidingen op deze kern proprietary mogen zijn. Dit biedt leveranciers van Open-Core oplossingen de kans om duidelijker te zijn over de onderscheidende eigenschappen van hun product zonder daarbij te hoeven grijpen naar de krachttermen van open source software. Reken maar dat veel open source producten geen open source software zijn en veel meer affiniteit hebben met het Open-Core-principe maar dan toch voldoende invulling geven aan wensen zoals flexibiliteit, duurzaamheid en openheid.

Een keuze voor iets anders dan open source software is dan zeker geen knieval in de queeste naar meer openheid in IT-omgevingen. Het dwingt ons wel tot een heroverweging wanneer we specifiek om open source software vragen. Want wat vragen we nu eigenlijk en kan dat alleen maar ingevuld worden door open source software?

Deze column verscheen eerder in het magazine LinuxBizz, oktober 2009.

Comments are closed.

Fabrice Mous © 2010 All Rights Reserved | design.DavidGarlitz.com | Image Credits